Voor het werken met getallen kent VB de volgende operatoren
| naam operator | functie | resultaat |
| + | optelling | 2 + 3 = 5 |
| - | aftrekking | 2-3 = -1 |
| * | vermenigvuldiging | 2 - 3 = 6 |
| / | deling | 5 / 2 = 2.5 |
| \ | gehele deling (geeft een geheel getal) | 5 \ 2 = 2 |
| Mod | modulus, rest bij deling | 5 Mod 2 = 1 |
Oefening:
Maak een programma dat twee getallen vraagt. Verzeker je ervan dat het getallen zijn. Toon
op het scherm de resultaten van de verschillende operatoren.
Je vindt hier een uitwerking in VBS.
