Strings of letterreeksen hebben een aantal ingebouwde methodes:

Maar de Intellisense helpt je een heel eind op weg om te weten wat je nodig hebt en hoe het werkt.
Verder bevat Visual Basic (de VisualBasic namespace van het .NET framework) een
aantal functies om met strings te werken:

Microsoft.VisualBasic.Strings.Asc(s) geeft de ASCII code van een karakter.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Chr(getal) geeft het karakter dat overeenkomt met
de opgegeven ASCII code.
Microsoft.VisualBasic.Strings.GetChar(str, plaats) geeft het karakter dat op de
opgegeven plaats in de opgegeven string staat.
Microsoft.VisualBasic.Strings.InStr(string1,string2,vergelijkingsmethode) geeft
de startpositie waar de ene string voor het eerst voorkomt in de andere.
Microsoft.VisualBasic.Strings.InStrRev(string1,string2,vergelijkingsmethode)
geeft de startpositie van de laatste plaats waar de ene string voorkomt in de
andere.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Join(string[]) voegt strings samen die in een
array staan.
Microsoft.VisualBasic.Strings.LCase(str) zet een string om in kleine letters.
Microsoft.VisualBasic.Strings.UCase(str) zet een string om in hoofdletters.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Left(str, aantal) geeft de meest linkse deelstring
terug met dat aantal karakters.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Right(str, aantal) geeft de meest rechtse
deelstring terug met dat aantal karakters.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Len(str) geeft de lengte van een string
Microsoft.VisualBasic.Strings.LSet(str, lengte) past een string aan aan de
gegeven lengte, door af te kappen of spaties toe te voegen aan de linkerkant
Microsoft.VisualBasic.Strings.LTrim(str) halt eventuele spaties aan de
linkerkant weg
Microsoft.VisualBasic.Strings.Mid(str, lengtedeelstring, startpositie) geeft een
deelstring vanaf de opgegeven startpositie.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Replace
Microsoft.VisualBasic.Strings.Right(str, lengte) geeft een deelstring van de
opgegeven lengte aan de rechterkant van de oorspronkelijke string.
Microsoft.VisualBasic.Strings.RSet(str, lengte) past een string aan aan de
gegeven lengte, door af te kappen of spaties toe te voegen aan de rechterkant
Microsoft.VisualBasic.Strings.RTrim(str) haalt eventuele spaties aan de
rechterkant weg
Microsoft.VisualBasic.Strings.Space(aantal) geeft een string terug met het
opgegeven aantal spaties.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Split(str, limietkarakter,grenswaarde,
vergelijkingswaarde) geeft een array van strings terug waarbij de
oorspronkelijke string wordt opgedeeld telkens het limietkarakter wordt gezien,
en dat tot aan de grenswaarde
Microsoft.VisualBasic.Strings.StrComp(str1, str2, vergelijkingsmethode) geeft -1
als de eerste alfabetisch vroeger komt dan de tweede, 0 als ze gelijk zijn en 1
als de tweede later sorteert dan de laatste
Microsoft.VisualBasic.Strings.StrConv(str, conversie) converteert de
string. De parameters zijn o.m. VbStrConv.None /
VbStrConv.LinguisticCasing / VbStrConv.UpperCase (hoofdletters)
/VbStrConv.LowerCase (kleine letters) /VbStrConv.ProperCase (eerste
letter van elk word in hoofdletter)
Microsoft.VisualBasic.Strings.StrDup(aantal, str) herhaalt een string het aantal
opgegeven keer.
Microsoft.VisualBasic.Strings.StrReverse(str) draait een string om.
Microsoft.VisualBasic.Strings.Trim(str) haalt eventuele spaties aan het begin en
aan het einde weg
Getallen (Int, Long, Single, Double)
Microsoft.VisualBasic.Strings.FormatCurrency(object) geeft een waarde weer met
de systeemnotatie voor valuta.
Microsoft.VisualBasic.Strings.FormatNumber(getal, weergave) geeft een getal weer
al dan niet met scheidingstekens voor de duizendtallen
Microsoft.VisualBasic.Strings.FormatPercent(waarde,parameters) geeft een getal
weer als percent (dus maal honderd en met een % teken)